ECLI:NL:HR:2006:AV0043
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- W.D.H. Asser
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Verrekening waardestijging echtelijke woning na echtscheiding bij huwelijkse voorwaarden zonder gemeenschap van goederen
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden zonder gemeenschap van goederen. De man verkreeg in 1976 de echtelijke woning uit een nalatenschap, waarbij hij een schuld wegens overbedeling betaalde. De vrouw vorderde bij de echtscheiding een deel van de waardestijging van die woning, stellende dat de schuld met haar overgespaarde inkomen was voldaan.
De rechtbank en het hof wezen de vordering af, waarbij het hof oordeelde dat niet was aangetoond uit welke bronnen de schuld was voldaan en dat de vrouw tekort was geschoten in de administratieve vastlegging, waardoor het bewijsvermoeden van art. 1:141 lid 3 BW Pro niet kon gelden.
De vrouw stelde cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de grenzen van de rechtsstrijd had overschreden door feiten en omstandigheden te betrekken die niet door partijen waren ingebracht, waardoor het arrest niet in stand kon blijven.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.