ECLI:NL:HR:2006:AU9736
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beklag tegen niet-vervolging minister-president ambtsmisdrijven
Klager diende een beklag in bij het gerechtshof over de niet-vervolging van de minister-president wegens vermeende ambtsmisdrijven gerelateerd aan de oorlog in Irak, het lidmaatschap van de Coalitie of the Willing en de toestemmingswet voor het huwelijk van Prins Johan Friso.
Het hof verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak naar de Hoge Raad. Klager stelde dat hij geen strafverzwarende omstandigheden had aangevoerd zodat vervolging voor gewone delicten mogelijk zou zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat ambtsmisdrijven alleen vervolgd kunnen worden na Koninklijk besluit of besluit van de Tweede Kamer en dat de Hoge Raad niet bevoegd is tot het geven van een dergelijke opdracht. Daarom is het beklag niet-ontvankelijk en wordt klager niet gehoord. Ook zijn bezwaren tegen de beschikking van het hof zijn niet ontvankelijk omdat daartegen geen cassatie mogelijk is.
Uitkomst: Het beklag tegen de niet-vervolging van de minister-president wegens ambtsmisdrijven is niet-ontvankelijk verklaard.