ECLI:NL:HR:2006:AU9114
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beslissing bewaring inbeslaggenomen voorwerpen wegens ontbrekende motivering rechthebbende
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden waarin de verdachte werd veroordeeld voor opzetheling en waarbij een beslissing werd genomen over de bewaring van een groot aantal inbeslaggenomen voorwerpen. Het hof had de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelast voor diverse goederen die onder de verdachte in beslag waren genomen.
De Hoge Raad beoordeelde dat op grond van artikel 353 Sv Pro een inbeslaggenomen voorwerp in beginsel aan de beslagene moet worden teruggegeven, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. Indien geen rechthebbende kan worden aangewezen, kan de rechter de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten. Het hof had geoordeeld dat de verdachte niet als rechthebbende kon worden aangemerkt, maar had dit oordeel niet nader gemotiveerd, terwijl de verdachte tijdens het hoger beroep had aangevoerd eigenaar te zijn van verschillende voorwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat het ontbreken van een nadere motivering van het hof dit oordeel onbegrijpelijk maakt en vernietigde het deel van het arrest dat de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelast. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling van dit onderdeel. Het overige beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van het arrest dat de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelast en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.