ECLI:NL:HR:2006:AU8972
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden
Verzoeker heeft bij de rechtbank Breda een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek bij vonnis af. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat het vonnis van de rechtbank bevestigde. Vervolgens stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad overwoog dat de klachten in de cassatiemiddelen niet tot cassatie konden leiden en dat er geen noodzaak was tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens tot verwerping van het beroep.
Op 24 februari 2006 wees de Hoge Raad het arrest waarbij het cassatieberoep werd verworpen. Hiermee bleef de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling in stand vanwege het niet te goeder trouw laten ontstaan en/of onbetaald laten van schulden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden.