ECLI:NL:HR:2006:AU6631
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- R. Herrmann
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dwangsom en belang cassatie bij herverzekeringsovereenkomst
In deze zaak vorderde Fortuna betaling en goedkeuring van schadeposten van Léséleuc op grond van herverzekeringsovereenkomsten. De rechtbank veroordeelde Léséleuc tot betaling en tot goedkeuring van schadegevallen, met een dwangsom bij niet-naleving. Het hof vernietigde deels het vonnis en stelde een nieuwe dwangsom vast met gewijzigde modaliteiten.
Léséleuc voerde in cassatie aan dat Fortuna geen belang meer had bij het beroep, omdat geen dwangsommen waren verbeurd en de nieuwe veroordeling niet werd bestreden. De Hoge Raad oordeelde dat dit verweer ten principale is en ook in cassatie kan worden aangevoerd, waarmee hij terugkomt op een eerdere uitspraak. Het verweer faalde echter omdat het hof de dwangsom juist had gewijzigd en dat oordeel werd bestreden.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht een uitzondering maakte op de regel dat nieuwe grieven in hoger beroep niet in behandeling worden genomen, omdat het ging om de modaliteiten van een dwangsom die in eerste aanleg was opgelegd en in hoger beroep aan de orde was gesteld. Het beroep werd verworpen en Fortuna werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Fortuna wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.