ECLI:NL:HR:2006:AU6282
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wettelijke basis aansprakelijkheid werkgever voor overtreding rij- en rusttijden
In deze zaak stond de vraag centraal of artikel 8:1, tweede lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer, dat de werkgever aansprakelijk stelt voor overtredingen van rij- en rusttijdenvoorschriften door werknemers, een geldige wettelijke basis heeft. De werkgever was in hoger beroep veroordeeld voor dertien overtredingen van voorschriften gesteld krachtens artikel 5:12 van Pro de Arbeidstijdenwet.
De werkgever stelde dat deze aansprakelijkstelling niet berustte op een formele wet en daarom onverbindend was. De Hoge Raad oordeelde echter dat de regeling gebaseerd is op artikel 5:12 Arbeidstijdenwet Pro en artikel 1 van Pro de Wet op de economische delicten, en dat de wetgever met de wetswijziging van 2002 expliciet een wettelijke basis heeft gegeven aan het fictieve daderschap van de werkgever.
De Hoge Raad benadrukte dat de werkgever een zorgplicht heeft om overtredingen te voorkomen en dat alleen indien de werkgever kan aantonen dat hij alle redelijke maatregelen heeft genomen, de werknemer zelf aansprakelijk kan worden gesteld. Het beroep werd verworpen en de veroordeling van de werkgever bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werkgever wordt verworpen en de veroordeling voor overtreding van rij- en rusttijdenvoorschriften blijft in stand.