ECLI:NL:HR:2006:AU4354
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing landbouwvrijstelling bij gebruiksrecht na wetswijziging
Belanghebbende, een melkveehouder, verkocht in 1997 landbouwgrond met een gebruiksrecht tot 1 juli 2003. De waarde van het gebruiksrecht werd niet in de winst opgenomen in de jaren 1997-1999. De Inspecteur handhaafde een aanslag over 2000, maar het Hof verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het Hof dat de landbouwvrijstelling ook van toepassing is op het gebruiksrecht genoten na 26 juni 2000, ondanks een wetswijziging die terugwerkende kracht heeft tot 27 juni 2000. De Hoge Raad oordeelde dat een redelijke toepassing van de wetswijziging inhoudt dat de oude landbouwvrijstelling blijft gelden voor het genot van het gebruiksrecht vanaf die datum.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de Staatssecretaris en verklaarde ook het incidentele beroep van belanghebbende ongegrond. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding. Hiermee is bevestigd dat de waarde van het gebruiksrecht onder de landbouwvrijstelling valt zolang het genot daarvan plaatsvindt, ook na de wetswijziging.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond en bevestigt de toepassing van de landbouwvrijstelling op het gebruiksrecht na 26 juni 2000.