ECLI:NL:HR:2006:AT1092
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt karakter van vergunningsrecht Wega di Number als geen omzetbelasting
Eisers, bestaande uit een natuurlijke persoon en een naamloze vennootschap op Curaçao, stelden zich op het standpunt dat het door het Eilandgebied geheven speelvergunningsrecht op de loterij Wega di Number als een omzetbelasting moest worden aangemerkt en daarom onverbindend verklaard moest worden. Het gerecht in eerste aanleg en het hof hebben de vorderingen afgewezen. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eisers verworpen.
De Hoge Raad heeft het karakter van het vergunningsrecht onderzocht aan de hand van artikel 2a van de Eilandenregeling Nederlandse Antillen (ERNA) en het rapport van de Commissie Herziening Eilandenregeling. De Commissie beschouwde het vergunningsrecht niet als omzetbelasting, maar als een bijzondere heffing in verband met een verleend recht, geheven van degene die bij dat recht betrokken is.
De Hoge Raad bevestigde dat het vergunningsrecht, ook na wijziging van de maatstaf waarop het wordt geheven, zijn karakter als bijzondere heffing behoudt en niet als omzetbelasting kan worden aangemerkt. Dit oordeel geldt ook voor de loterij Wega di Wega. De Hoge Raad veroordeelde eisers in de proceskosten en wees het beroep af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vergunningsrecht wordt niet als omzetbelasting aangemerkt.