ECLI:NL:HR:2006:AS4123
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting voor diensten door overledenenverzorgster als lijkbezorgersdienst
Belanghebbende, een overledenenverzorgster, had over het derde kwartaal van 2002 omzetbelasting betaald en verzocht om teruggaaf van dit bedrag. De Inspecteur wees dit verzoek af, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof verklaarde het beroep gegrond en kende de teruggaaf toe, stellende dat de werkzaamheden van belanghebbende als overledenenverzorgster kenmerkend zijn voor lijkbezorging.
De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De kernvraag was of de vrijstelling van omzetbelasting voor diensten door lijkbezorgers ook geldt voor diensten verricht door een overledenenverzorgster, waarbij de wet en de Zesde richtlijn relevant zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat de vrijstelling niet afhankelijk is van de hoedanigheid van de dienstverrichter, maar van het karakter van de dienst. Diensten die kenmerkend en essentieel zijn voor lijkbezorging kunnen worden vrijgesteld. Het oordeel van het Hof dat de werkzaamheden van belanghebbende onder deze vrijstelling vallen, is een feitelijke beoordeling die niet onbegrijpelijk is en daarom wordt bevestigd.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de kosten van het geding. Hiermee is bevestigd dat de omzetbelastingvrijstelling voor lijkbezorgers ook geldt voor de diensten van een overledenenverzorgster die kenmerkend zijn voor lijkbezorging.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de vrijstelling omzetbelasting voor diensten door overledenenverzorgster bevestigd.