ECLI:NL:HR:2006:AR5757
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vestigingsplaats België voor emigrerende vennootschap in belastingzaak
In deze zaak ging het om de vraag of een vennootschap die haar feitelijke leiding verplaatste naar België en een statutenwijziging doorvoerde, vanaf 30 oktober 1996 als inwoner van België kon worden aangemerkt in het kader van de vennootschapsbelasting over 1996.
De Inspecteur had een aanslag opgelegd op een belastbaar bedrag van ƒ 239.198, die na bezwaar werd gehandhaafd. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en verminderde de aanslag tot ƒ 214.732. De Staatssecretaris stelde hiertegen cassatieberoep in.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat de feitelijke leiding vanaf 30 oktober 1996 in België was gevestigd, mede gelet op de statutenwijziging en het feit dat de bestuurder toen inwoner van België was. Het middel van de Staatssecretaris dat stelde dat de vennootschap al eerder had besloten tot vereffening en geen feitelijke leiding meer nodig had, faalde. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de vennootschap vanaf 30 oktober 1996 in België is gevestigd voor de vennootschapsbelasting.