ECLI:NL:HR:2005:AU9062

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02793/05 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • F.H. Koster
  • G.J.M. Corstens
  • B.C. de Savornin Lohman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 457 SvArt. 459 SvArt. 460 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek mishandeling

De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te Arnhem waarin de aanvrager was veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf wegens mishandeling. De Hoge Raad beoordeelt of de aanvrage voldoet aan de wettelijke vereisten voor herziening, met name of er nieuwe omstandigheden zijn die bij de eerdere terechtzitting niet bekend waren en die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot een andere uitkomst zou leiden.

De Hoge Raad stelt vast dat de aanvrage niet voldoet aan de criteria van artikel 457 en Pro 459 Sv, omdat de aangevoerde omstandigheden niet kunnen worden aangemerkt als nieuwe, relevante feiten of bewijsmiddelen die het onderzoek zouden beïnvloeden. Hierdoor kan het verzoek niet worden ontvangen.

De Hoge Raad verklaart daarom het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee de eerdere veroordeling. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 20 december 2005.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

20 december 2005
Strafkamer
nr. 02793/05 H
IC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsdegegaan arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 25 november 2003, nummer 21/001963-03, ingediend door:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Arnhem van 23 april 2003 - de aanvrager ter zake van "mishandeling" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met aftrek overeenkomstig art. 27 Sr Pro. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen zoals in het arrest vermeld en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voorzover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. Art. 459 Sv Pro schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.
3.3. Het in de aanvrage gestelde behelst niets wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden als hiervoor onder 3.1 vermeld. De aanvrage kan daarom, gelet op de art. 459 en Pro 460 Sv, niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de waarnemend griffier M.T.E. van Huut, en uitgesproken op 20 december 2005.