ECLI:NL:HR:2005:AU9060
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe feitelijke omstandigheden
De Hoge Raad behandelde een verzoek tot herziening van een in 1957 door de Krijgsraad te velde gewezen vonnis waarbij de aanvrager was veroordeeld tot militaire detentie wegens opzettelijke ongehoorzaamheid in oorlogstijd.
Het verzoek tot herziening werd getoetst aan de vereisten van artikel 457 Sv Pro, dat stelt dat alleen nieuwe feitelijke omstandigheden die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren en die een ernstige twijfel aan de rechtmatigheid van het vonnis kunnen doen rijzen, grondslag kunnen zijn voor herziening.
De Hoge Raad oordeelde dat de aanvrage geen nieuwe feiten bevatte die aan deze criteria voldeden. De aanvrage voldeed ook niet aan de inhoudelijke eisen van artikel 459 Sv Pro, waarin is voorgeschreven dat de aanvrage een opgave van bewijsmiddelen moet bevatten die de nieuwe omstandigheden aantonen.
Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd de oorspronkelijke veroordeling gehandhaafd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van nieuwe feitelijke omstandigheden.