ECLI:NL:HR:2005:AU7726
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over omkering bewijslast vennootschapsbelasting 1995
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1995 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd van 20 miljoen gulden en een boete wegens niet-tijdige aangifte. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag en boete, maar het hof vernietigde de boete en handhaafde de aanslag. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.
Het hof had geoordeeld dat belanghebbende niet had voldaan aan administratie- en bewaarverplichtingen volgens artikel 52 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen, waardoor op grond van artikel 27e van die wet de bewijslast moest worden omgekeerd. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof deze omkering van de bewijslast niet had mogen toepassen zonder dat de inspecteur zich op deze omstandigheid had beroepen en zonder belanghebbende de gelegenheid te geven zich hierover uit te laten.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep gegrond, vernietigde het arrest van het hof, behoudens beslissingen over griffierecht en proceskosten, en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.