ECLI:NL:HR:2005:AU7626
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe feitelijke omstandigheden
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een vonnis van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch uit 1997, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor ontucht met een minderjarige en bedreiging. De rechtbank legde een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf op, alsmede schadevergoedingen aan de slachtoffers.
De Hoge Raad beoordeelde het verzoek tot herziening aan de hand van artikel 457 en Pro 459 van het Wetboek van Strafvordering. Volgens deze bepalingen moet een herzieningsverzoek gebaseerd zijn op nieuwe, feitelijke omstandigheden die tijdens het oorspronkelijke proces niet bekend waren en die het onderzoek zouden kunnen beïnvloeden, bijvoorbeeld door vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging mogelijk te maken.
In dit geval stelde de aanvrager geen nieuwe feitelijke omstandigheden of bewijsmiddelen voor die aan deze criteria voldeden. Daarom kon het verzoek niet worden ontvangen en verklaarde de Hoge Raad het verzoek niet-ontvankelijk.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, en bevestigt de strikte voorwaarden voor het indienen van een herzieningsverzoek in strafzaken.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van nieuwe feitelijke omstandigheden.