ECLI:NL:HR:2005:AU6889

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
40992
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.E.M. van der Putt-Lauwers
  • F.W.G.M. van Brunschot
  • P. Lourens
  • C.B. Bavinck
  • J.W. van den Berge
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieWet op de vennootschapsbelasting 1969
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie tegen uitspraak hof inzake navorderingsaanslag vennootschapsbelasting

Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd ter hoogte van ƒ 21.978.829. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof te 's-Hertogenbosch. Het Hof verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de aanslag. De Staatssecretaris van Financiën stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze uitspraak.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Daarbij overwoog de Hoge Raad dat het middel geen rechtsvragen bevat die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, zodat geen nadere motivering vereist is.

De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten van het cassatiegeding en wees de Staat aan als de partij die deze kosten moet vergoeden. Het arrest werd op 25 november 2005 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

Nr. 40.992
25 november 2005
EC
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 9 maart 2004, nr. 02/04310 betreffende na te melden aan X B.V. te Z opgelegde navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1999 een navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 21.978.829, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal J.A.C.A. Overgaauw heeft op 14 april 2005 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het cassatieberoep en tot verwijzing van de zaak.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Staatssecretaris van Financiën zal worden veroordeeld in de kosten van geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaak met nummer 40991 met de onderhavige zaak samenhangt in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep ongegrond,
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op de helft van € 644, derhalve € 322, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot, P. Lourens, C.B. Bavinck en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2005.
Van de Staat wordt ter zake van het door de Staatssecretaris van Financiën ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 414.