ECLI:NL:HR:2005:AU4129
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek in strafzaak wegens ontbreken nieuwe omstandigheden
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te Arnhem uit 2003, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor meerdere strafbare feiten waaronder verduistering, eenvoudige belediging van een ambtenaar, vernieling, betreding van een voor de openbare dienst bestemd lokaal, wederspannigheid en diefstal met braak.
De aanvrager, destijds gedetineerd in een penitentiaire inrichting, vroeg de Hoge Raad om herziening van dit arrest. Volgens de wettelijke bepalingen kan herziening slechts worden toegestaan indien nieuwe, bij de eerdere terechtzitting niet bekende omstandigheden worden aangevoerd die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkverklaring of toepassing van een lichtere straf zou hebben geleid.
De Hoge Raad heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat de aangevoerde omstandigheden niet voldoen aan deze criteria. Er zijn geen nieuwe bewijsmiddelen of feiten die het eerdere oordeel zouden kunnen veranderen. Daarom is het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, waarbij tevens de waarnemend griffier aanwezig was.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van nieuwe omstandigheden.