ECLI:NL:HR:2005:AU3425
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Cassatie over medeneming slachtoffer prostitutie onder valse voorwendsels
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte zich schuldig had gemaakt aan het medeplegen van het aanwerven en medenemen van een persoon met het oogmerk haar in een ander land tot prostitutie te dwingen, zoals bedoeld in art. 250a Sr (oud). Het slachtoffer was onder valse voorwendsels vanuit Griekenland naar Nederland gelokt en daar gedwongen tot prostitutie.
Het hof Arnhem had verdachte veroordeeld tot dertig maanden gevangenisstraf en daarbij het bewijs gebaseerd op verklaringen van het slachtoffer en getuigen, waaronder dat het slachtoffer per vliegtuig alleen was gereisd, maar door verdachte en mededaders op het vliegveld was opgevangen en naar een café in Arnhem gebracht. De verdediging stelde dat het bewijs onvoldoende was voor medeneming, omdat het slachtoffer alleen had gereisd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat het feit dat het slachtoffer alleen per vliegtuig reisde niet uitsloot dat zij door verdachte en mededaders was medegenomen in de zin van art. 250a Sr. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof, mede gelet op de doelstelling van de wet om slachtoffers van prostitutie te beschermen.
Het arrest werd gewezen door de strafkamer van de Hoge Raad op 20 december 2005, waarbij de middelen van cassatie werden verworpen en het beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte tot dertig maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van medeneming van een slachtoffer met het oogmerk prostitutie.