ECLI:NL:HR:2005:AU3335
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe bewijsmiddelen
De aanvrager werd door de Politierechter te Amsterdam veroordeeld wegens overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, met een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete. Tegen dit vonnis werd een verzoek tot herziening ingediend bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 457 Sv Pro, waarin is bepaald dat herziening slechts mogelijk is indien nieuwe, bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekende bewijsmiddelen een ernstig vermoeden scheppen dat het vonnis anders had moeten uitvallen. De aanvrager leverde aanvullende brieven aan, maar deze bevatten geen nieuwe omstandigheden die aan deze strenge criteria voldeden.
Eerdere herzieningsverzoeken waren reeds niet-ontvankelijk verklaard, en de huidige aanvraag bevatte geen nieuwe gronden die deze uitspraken konden weerleggen. Daarom verklaarde de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk, waarmee het oorspronkelijke vonnis in stand bleef.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe relevante bewijsmiddelen.