ECLI:NL:HR:2005:AU3157
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake tijdige indiening bezwaarschrift inkomstenbelasting 1999
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar door de Inspecteur werd gehandhaafd. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep gegrond verklaarde en het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende stelde verzet in tegen deze uitspraak, maar het Hof verklaarde het verzet ongegrond.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof niet heeft vastgesteld of en wanneer het bezwaarschrift bij het onbevoegde orgaan is binnengekomen en of het daarna is doorgezonden naar het bevoegde orgaan. Dit is essentieel voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van het bezwaar op grond van artikel 6:15, lid 3, Awb (tot 1 april 2002).
Omdat het Hof dit onderzoek niet heeft verricht, kan het oordeel dat het bezwaar te laat was ingediend niet in stand blijven. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie gegrond, vernietigt het arrest van het Hof, verklaart het verzet gegrond en gelast het Hof het onderzoek voort te zetten in de stand waarin het zich bevond. Tevens wordt de Staat veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en gelast het onderzoek voort te zetten vanwege onvoldoende vaststelling van ontvangst bezwaarschrift.