ECLI:NL:HR:2005:AU2694
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Niet-nakoming toevoeging nieuwe raadsman bij uitleveringsverzoek leidt tot vernietiging
In deze zaak stond een uitleveringsverzoek van Italië centraal waarbij de rechtbank Haarlem de uitlevering toelaatbaar verklaarde. De opgeëiste persoon had tijdens de procedure aangegeven niet langer gebruik te willen maken van zijn toegevoegde raadsman en verzocht om een nieuwe advocaat. De rechtbank besloot echter het verzoek zonder toevoeging van een nieuwe raadsman af te handelen, mede vanwege het belang van een voortvarende behandeling.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van art. 45 lid 1 Sv Pro, dat overeenkomstig art. 29 lid 1 Uitleveringswet Pro van toepassing is, bij verhindering of ontstentenis van de toegevoegde raadsman in de regel een andere raadsman moet worden toegevoegd. Alleen in bijzondere gevallen kan hiervan worden afgezien. De feiten en omstandigheden boden geen grond voor een uitzondering.
De Hoge Raad stelde vast dat het niet toevoegen van een nieuwe raadsman een wezenlijk voorschrift betreft, waarvan niet-nakoming de geldige behandeling van het uitleveringsverzoek in de weg staat. Daarom vernietigde de Hoge Raad de bestreden uitspraak en bepaalde dat de opgeëiste persoon opnieuw zal worden gehoord. Hiermee werd het recht op bijstand van een raadsman in uitleveringszaken benadrukt en het belang van een zorgvuldige rechtsgang gewaarborgd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak omdat de rechtbank ten onrechte geen nieuwe raadsman toevoegde bij verhindering van de toegevoegde raadsman.