ECLI:NL:HR:2005:AU2030
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling strafbaarheid aanplakken poster voor cultureel evenement onder APV Groningen
De zaak betreft een verdachte die op 11 november 2002 een poster heeft aangeplakt op een plakzuil in Groningen zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende. De poster riep op tot een cultureel evenement waarvoor een toegangsprijs werd geheven. Het hof oordeelde dat dergelijke posters in beginsel reclame zijn in de zin van artikel 56, tweede lid onder d, van de APV-gemeente Groningen 1994 en dat het aanplakken ervan zonder toestemming strafbaar is.
De verdediging stelde dat het ging om ideële reclame, niet om handelsreclame, omdat de posters culturele evenementen promootten en daarmee een mening of idee verkondigden. Het hof verwierp dit verweer omdat de verdachte vrijwel uitsluitend commerciële reclame plakte in opdracht van een reclamebedrijf dat orders ontving van diverse bedrijven, en de evenementen waarvoor reclame werd gemaakt doorgaans toegangsgeld vroegen.
De Hoge Raad concludeerde dat het oordeel van het hof niet onjuist was en dat er geen feiten en omstandigheden waren die tot een andere conclusie leidden. Het beroep in cassatie werd daarom verworpen. De straf van een voorwaardelijke hechtenis van één week en een geldboete van €160,- bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de straf voor het zonder toestemming aanplakken van een poster als reclame in strijd met de APV Groningen.