ECLI:NL:HR:2005:AU0869
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel Hof over bewijslast en betaling facturen in vennootschapsbelastingzaak
In deze zaak is aan belanghebbende voor het jaar 1995 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, die na bezwaar door de Inspecteur werd verminderd. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de aanslag verder verminderde. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof.
Het middel in cassatie betrof onder meer de stelling dat het Hof zijn oordeel baseerde op vermoedens omtrent contante betaling van facturen zonder voldoende feitelijke grondslag en dat belanghebbende onvoldoende gelegenheid had gekregen om tegenbewijs te leveren. De Hoge Raad oordeelde dat de vraag over de contante betaling tussen partijen aan de orde was geweest en dat het aan belanghebbende was om tegenbewijs aan te dragen, wat zij niet had gedaan.
Verder werd geoordeeld dat het Hof de bewijslast correct had verdeeld en dat het oordeel van het Hof dat de Inspecteur de omzet- en winstcorrectie aannemelijk had gemaakt, niet onjuist was. De overige middelen werden eveneens verworpen zonder nadere motivering. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het oordeel van het Hof over de bewijslast en betaling van facturen.