ECLI:NL:HR:2005:AT8784

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R04/141HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over alimentatie en voortgezet gebruik echtelijke woning na echtscheiding

De vrouw verzocht bij de rechtbank echtscheiding, vaststelling van kinderalimentatie en exclusief gebruik van de echtelijke woning. De man verzocht zelfstandig toewijzing van de woning aan hem. De rechtbank sprak echtscheiding uit, stelde kinderalimentatie vast en bepaalde dat de vrouw zes maanden in de woning mocht blijven, maar wees partneralimentatie af.

De vrouw ging in hoger beroep en verzocht partneralimentatie van €525 per maand vanaf het moment dat zij de woning niet langer kon gebruiken. De man stelde incidenteel hoger beroep in met verzoek tot verlenging gebruik woning tot 15 oktober 2004. Het hof vernietigde het deel van de beschikking dat partneralimentatie afwees en bepaalde dat de man vanaf het moment dat vrouw en kinderen de woning verlaten een bijdrage van €525 per maand moet betalen.

De man stelde beroep in cassatie tegen deze beschikking. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. De beslissing werd genomen zonder nadere motivering vanwege het ontbreken van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van het hof betreffende partneralimentatie en gebruik van de woning.

Uitspraak

4 november 2005
Eerste Kamer
Rek.nr. R04/141HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 6 januari 2003 gedateerd verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot de rechtbank te Utrecht en verzocht echtscheiding tussen haar en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - uit te spreken, een kinderalimentatie vast te stellen en te bepalen dat de vrouw bij uitsluiting van de man gerechtigd is tot voortgezet gebruik van de echtelijke woning.
De man heeft een verweerschrift ingediend en daar-bij zelfstandig verzocht de echtelijke woning aan hem toe te wijzen.
De vrouw heeft het zelfstandig verzoek van de man bestreden en harerzijds nog aanvullend verzocht een partneralimentatie van € 525,-- per maand ten laste van de man vast te stellen.
De rechtbank heeft bij beschikking van 14 januari 2004 echtscheiding tussen partijen uitgesproken en voorts - voor zover in cassatie van belang - bepaald dat de man aan de vrouw kinderalimentatie van € 129,-- per maand per kind moet betalen, dat de vrouw gedurende zes maanden na de inschrijving van de echtscheidingbeschikking bevoegd is in de echtelijke woning te blijven wonen en de tot de inboedel behorende zaken te blijven gebruiken op de voorwaarde dat de vrouw die woning op het ogenblik van de inschrijving van deze beschikking bewoont, en het verzoek tot vaststelling van een partneralimentatie afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Daarbij heeft zij verzocht - met vernietiging van de bestreden beschikking - te bepalen dat de man, met ingang van de dag dat zij niet meer over de echtelijke woning als woonruimte kan beschikken, als bijdrage in het levensonderhoud een bedrag van € 525,-- bruto per maand zal betalen.
De man heeft incidenteel hoger beroep ingesteld, waarbij hij heeft verzocht te bepalen dat de vrouw tegenover de man het recht heeft om tot uiterlijk 15 oktober 2004 in de echtelijke woning te blijven wonen.
Bij beschikking van 30 september 2004 heeft het hof de beschikking waarvan beroep, voor zover daarbij het verzoek van de vrouw een bijdrage in haar levensonderhoud te bepalen met ingang van het moment dat zij de echtelijke woning zal hebben verlaten, vernietigd en bepaald dat de man met ingang van het moment dat de vrouw en de kinderen de voormalige echtelijke woning zullen hebben verlaten € 525,-- per maand in het levensonderhoud van de vrouw zal voldoen en het meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen dan wel de man daarin niet-ontvankelijk te verklaren.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van verzoeker heeft bij brief van 11 juli 2005 op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 november 2005.