ECLI:NL:HR:2005:AT7303
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Strafrechtelijke veroordeling wegens onrechtmatig vellen van houtopstand zonder vergunning
Verdachte werd door het hof veroordeeld wegens het vellen of doen vellen van een houtopstand zonder voorafgaande tijdige kennisgeving zoals vereist door de Boswet. Het ging om een perceel met grove den, Amerikaanse en inlandse eiken en berkenbomen, waarvan circa 90% door ijzel beschadigd en omgevallen was. Verdachte had zonder vergunning de resterende bomen opgeruimd, waarbij ook gezonde bomen omvielen.
Verdachte voerde in hoger beroep en cassatie aan dat hij dacht geen vergunning nodig te hebben omdat de bomen door natuurgeweld waren omgevallen en hij slechts de rommel opruimde. Het hof oordeelde echter dat het opruimen zelf een handeling was die de dood of ernstige beschadiging van de houtopstand tot gevolg had, en dat rooien onder vellen valt volgens de Boswet.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. Er was geen sprake van verschoonbare dwaling of afwezigheid van alle schuld. Het hof had de verklaring van verdachte juist geïnterpreteerd en het begrip 'vellen' conform de Boswet toegepast. De veroordeling tot een geldboete van € 2.000,00 subsidiair veertig dagen hechtenis bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot een geldboete wegens het zonder vergunning vellen van bomen.