ECLI:NL:HR:2005:AT7206
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Gebruikelijk loon dga met deeltijdbetrekking en beoordeling door Hoge Raad
Belanghebbende, die zowel een deeltijdbetrekking bij een werkgever als een aanstelling als directeur-grootaandeelhouder (dga) van een BV had, kreeg voor het jaar 2000 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een gebruikelijk loon van ƒ 84.000. Het Hof had deze aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 125.776, waarbij het gebruikelijk loon werd vastgesteld op ƒ 44.000.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onbegrijpelijk had geoordeeld over de hoogte van het gebruikelijke loon, mede omdat de Inspecteur had gesteld dat het loon op voltijdsbasis ƒ 84.000 bedroeg en dat de bewijslast voor een lager bedrag bij belanghebbende lag. Het Hof had onvoldoende gemotiveerd waarom het gebruikelijke loon van ƒ 44.000 niet te laag zou zijn.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof, behoudens de beslissing over griffierechten, en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van de overwegingen in dit arrest.
De Hoge Raad wees tevens op het ontbreken van gronden voor een veroordeling in proceskosten en liet de vergoeding van proceskosten door het verwijzingshof beoordelen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over gebruikelijk loon en verwijst zaak terug voor nieuwe beoordeling.