ECLI:NL:HR:2005:AT7204

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
40740
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.E.M. van der Putt-Lauwers
  • F.W.G.M. van Brunschot
  • C.B. Bavinck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 lid 1 letter d Wet IB 1964Art. 57 lid 2 Wet IB 1964
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verhoogde stakingsvrijstelling bij onderneming na 55 jaar

Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 267.017, waarvan een deel belast werd volgens een speciaal tarief. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep gegrond verklaarde en de aanslag verlaagde naar een belastbaar inkomen van ƒ 258.287.

Het Hof oordeelde dat belanghebbende zijn onderneming op 15 augustus 2000 had gestaakt, terwijl hij toen nog niet 55 jaar was. Hierdoor kwam hij niet in aanmerking voor een verhoogde stakingsvrijstelling van ƒ 25.000 op grond van artikel 8, lid 1, letter d, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.

Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad heeft het beroep ongegrond verklaard, bevestigend dat de leeftijdsgrens voor de verhoogde vrijstelling strikt wordt toegepast. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; belanghebbende heeft geen recht op verhoogde stakingsvrijstelling omdat hij de leeftijd van 55 jaar bij staking niet had bereikt.

Uitspraak

Nr. 40.740
10 juni 2005
PV
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 24 maart 2004, nr. BK-02/04234, betreffende na te melden aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 2000 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 267.017, waarvan een bedrag van ƒ 177.933 belast naar het tarief van artikel 57, lid 2, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet), welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van ƒ 258.287, waarvan een bedrag van ƒ 177.933 belast naar het tarief van artikel 57, lid 2, van de Wet. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van de middelen
Het Hof heeft, in cassatie onbestreden, geoordeeld dat belanghebbende zijn onderneming heeft gestaakt op 15 augustus 2000, op welke datum belanghebbende nog niet de leeftijd van 55 jaar had bereikt. Hiervan uitgaande heeft het Hof met juistheid geoordeeld dat belanghebbende niet in aanmerking komt voor een verhoging van de vrijstelling van artikel 8, lid 1, letter d, van de Wet met ƒ 25.000.
De middelen, die deze oordelen bestrijden, falen derhalve.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2005.