ECLI:NL:HR:2005:AT6836
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Uitleg van overeenkomst tussen advocaat en cliënt op basis van no cure no pay
In deze zaak stond de uitleg van een overeenkomst tussen een advocaat en zijn cliënt centraal, waarbij de overeenkomst was gebaseerd op het principe van 'no cure no pay'. De eiser had een vordering ingesteld tegen de verweerder tot betaling van een bedrag, welke werd bestreden en waarop ook reconventionele vorderingen werden ingesteld.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van de vordering in conventie en wees de reconventionele vorderingen af. Het gerechtshof bekrachtigde dit vonnis en veroordeelde de eiser in de proceskosten. Tegen dit arrest stelde de eiser beroep in cassatie in.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegronden opleverden en dat nadere motivering niet nodig was gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep werd verworpen en de eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.