ECLI:NL:HR:2005:AT6531
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep man tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep echtscheidingsbeschikking
De man verzocht de rechtbank om echtscheiding van tafel te vegen en partneralimentatie vast te stellen op basis van Nederlands recht, terwijl de vrouw primair echtscheiding naar Belgisch recht wilde. De rechtbank bepaalde dat Nederlands recht van toepassing was en sprak uiteindelijk echtscheiding uit met alimentatieverplichtingen voor de man.
De man stelde hoger beroep in tegen de beschikking van 15 december 2003, waarin onder meer partneralimentatie was vastgesteld. Het gerechtshof verklaarde hem echter niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en hield verdere beslissing aan.
De man stelde cassatieberoep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de man slechts niet-ontvankelijk had verklaard voor het hoger beroep tegen de echtscheiding zelf en niet voor de alimentatievaststelling. De overige klachten van de man faalden en het cassatieberoep werd verworpen.
De uitspraak bevestigt de beperkte reikwijdte van de niet-ontvankelijkverklaring en benadrukt dat klachten zonder feitelijke grondslag niet tot cassatie kunnen leiden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep van de man.