ECLI:NL:HR:2005:AT6419
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende nieuwe feiten bij verduisteringszaak
De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld wegens verduistering tot een werkstraf van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar.
De aanvrager verzocht om herziening op grond van nieuwe omstandigheden die tijdens de terechtzitting niet bekend waren, namelijk dat hij als penningmeester gezamenlijk bevoegd was tot het verstrekken van leningen uit de kas van de Vereniging, ook aan zichzelf. Hij stelde dat hij bij bekendheid hiermee vrijgesproken zou zijn.
De Hoge Raad beoordeelde de overgelegde stukken en concludeerde dat deze geen steun boden aan de stelling van de aanvrager. Daarom werd het herzieningsverzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens gebrek aan nieuwe feiten die tot vrijspraak zouden leiden.