ECLI:NL:HR:2005:AT5892
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid verhuiskosten bij dienstverband en gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende had een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die later werd omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. Hij verhuisde ruim twee jaar na het aangaan van het dienstverband naar een woning dichter bij zijn werkplek. De vraag was of de gemaakte verhuiskosten aftrekbaar waren als kosten ter verwerving of behoud van inkomsten uit dienstbetrekking.
Het Hof oordeelde dat de verhuizing niet binnen de termijn van twee jaar na aanvang van het dienstverband plaatsvond en dat er geen sprake was van een nieuwe werkkring. Daarom werden de verhuiskosten niet als aftrekbaar erkend. Belanghebbende stelde dat de termijn van twee jaar in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en internationale verdragsbepalingen.
De Hoge Raad bevestigde dat artikel 7b van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 1990 een onweerlegbaar vermoeden bevat dat verhuizing binnen twee jaar verband houdt met werkzaamheden. De termijn is een redelijke afweging van de wetgever om discussies te beperken. De Hoge Raad verwierp het beroep en oordeelde dat de regeling niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel of internationale verdragen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de verhuiskosten worden niet als aftrekbaar erkend.