ECLI:NL:HR:2005:AT5882
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt herziening voorbelasting bij afschaffing keuzebelasting verhuur onroerende goederen
De zaak betreft een cassatieberoep van de gemeente Leusden tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode 1997-1998. De kern van het geschil is de herziening van de voorbelasting ingevolge een wetswijziging die het recht op keuzebelasting voor verhuur van onroerende goederen afschaft.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest van 14 december 2001 en een prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 29 april 2004. Dit Hof oordeelde dat de artikelen 17 en 20 van de Zesde richtlijn zich niet verzetten tegen het afschaffen van het keuzerecht voor belastingheffing over verhuur van onroerende goederen, mits het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel in acht wordt genomen.
De Hoge Raad overweegt dat het afschaffen van het wettelijk kader waar de belastingplichtige van heeft geprofiteerd, zonder misbruik, geen schending vormt van het gewettigd vertrouwen op grond van het gemeenschapsrecht. De middelen van de gemeente Leusden falen en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente Leusden wordt ongegrond verklaard en de herziening van de voorbelasting bevestigd.