ECLI:NL:HR:2005:AT5802
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk onttrekken minderjarige aan gezinsvoogdij-instelling
De verdachte werd door het Hof veroordeeld voor het opzettelijk onttrekken van zijn minderjarige zoon aan het opzicht van de gezinsvoogdij-instelling Stichting Jeugdbescherming Rotterdam. Dit gebeurde in de periode van 30 maart tot en met 24 april 2002, terwijl de minderjarige met een rechterlijke machtiging uit huis was geplaatst in een tehuis. De verdachte nam zijn zoon meerdere malen mee naar huis en weigerde hem terug te brengen ondanks schriftelijke aanwijzingen van de gezinsvoogd.
De verdachte voerde in cassatie aan dat hij als ouder het gezag over zijn kind uitoefent en daarom het kind niet aan het opzicht van de gezinsvoogdij-instelling kon onttrekken. De Hoge Raad verwierp dit verweer en oordeelde dat ook degene die mede het gezag uitoefent het kind kan onttrekken door in strijd met een rechterlijke machtiging het kind onderdak te verlenen.
De Hoge Raad stelde tevens vast dat artikel 8 EVRM Pro niet in de weg staat aan toepassing van artikel 279 Sr Pro in een dergelijke situatie. Het beroep van de verdachte werd verworpen en de straf van een maand gevangenisstraf voorwaardelijk met een taakstraf werd bevestigd.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf wegens opzettelijk onttrekken van zijn minderjarige zoon aan het opzicht van de gezinsvoogdij-instelling.