ECLI:NL:HR:2005:AT5754

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 december 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03392/04
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • G.J.M. Corstens
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 415 SvArt. 365a SvArt. 138b Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid van arrest wegens ontbreken volledige motivering en bewezenverklaring

In deze zaak heeft het hof in hoger beroep een arrest gewezen dat slechts bestond uit een extract-arrest, waarin enkel de kwalificaties van de bewezenverklaarde feiten, de data, plaatsen, toepasselijke wetsartikelen en het dictum waren opgenomen. Dit arrest voldeed niet aan de wettelijke eisen zoals gesteld in artikel 415 jo Pro. 365a jo. 138b Sv, die vereisen dat een arrest een volledige motivering en bewezenverklaring bevat.

De Hoge Raad oordeelt dat het verzuim van het hof om een volledig arrest op te maken een wezenlijk vormverzuim betreft dat leidt tot nietigheid van de bestreden uitspraak, ook al is deze niet uitdrukkelijk in de wet voorzien. Dit betekent dat het arrest nietig is en niet kan dienen als grondslag voor de uitspraak.

De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest voor zover het onder zijn oordeel valt en verwijst de zaak terug naar het hof voor een volledige hernieuwde berechting en afdoening op het bestaande hoger beroep. De overige klachten behoeven geen verdere bespreking.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van een volledige motivering en bewezenverklaring en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

6 december 2005
Strafkamer
nr. 03392/04
AGJ/IC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 16 mei 2003, nummer 23/001815-02, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Groot-Brittannië) op [geboortedatum] 1969, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Rechtbank te Amsterdam van 28 november 2000 - de verdachte vrijgesproken van het bij inleidende dagvaarding onder 1 tenlastegelegde en hem voorts ter zake van 2. "overtreding van artikel 11 van Pro de Wegenverkeerswet 1994", 3. "diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken" en 4. "verduistering" veroordeeld tot achttien weken gevangenisstraf.
2. Geding in cassatie
Het beroep dat kennelijk niet is gericht tegen de gegeven vrijspraak is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, met terugwijzing of verwijzing van de zaak teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof niet aan de wettelijke voorschriften heeft voldaan door alleen een "extract-arrest" op te maken dat niet de tenlastelegging, de bewezenverklaring en de strafmotivering bevat.
3.2. Voor wat de bestreden uitspraak betreft is aan de Hoge Raad slechts toegezonden een "extract-arrest", waarin alleen zijn opgenomen de kwalificaties van de bewezenverklaarde feiten, de data waarop en de plaatsen waar zij zijn begaan, de toepasselijke wetsartikelen en het dictum.
3.3. Het verzuim van het Hof een arrest op te maken dat voldeed aan de hier ingevolge art. 415 Sv Pro toepasselijke wettelijke eisen, in het bijzonder die van art. 365a in verbinding met art. 138b Sv, heeft betrekking op een wezenlijke vorm van het strafproces zodat het nietigheid van de bestreden uitspraak oplevert, ook al is deze niet met zoveel woorden in de wet bedreigd (vgl. HR 24 mei 2005, LJN AT2980). Het middel is dus in zoverre terecht voorgesteld.
4. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat het middel voor het overige geen bespreking behoeft en dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak voorzover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen;
Wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 6 december 2005.
Mr. Thomassen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.