ECLI:NL:HR:2005:AT5158
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid op grond van Invorderingswet 1990 voor naheffingsaanslagen
In deze zaak vorderde de ontvanger van de Belastingdienst dat eiseres aansprakelijk werd gesteld voor naheffingsaanslagen, primair op grond van artikel 34 van Pro de Invorderingswet 1990. Eiseres bestreed deze vordering. De rechtbank wees de vordering toe en het gerechtshof bekrachtigde dit vonnis in hoger beroep.
Eiseres stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwierp het beroep van eiseres en veroordeelde haar in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bleef de aansprakelijkheid van eiseres voor de naheffingsaanslagen onverminderd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en haar aansprakelijkheid voor de naheffingsaanslagen blijft gehandhaafd.