ECLI:NL:HR:2005:AT4542

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R04/078HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt alimentatievaststelling bij echtscheiding tussen Belgische echtgenoten

De vrouw verzocht bij de rechtbank te 's-Gravenhage om echtscheiding en vaststelling van een levensonderhoudsuitkering van €600 per maand ten laste van de man. De rechtbank wees de echtscheiding toe en stelde de alimentatie vast op €345 per maand, uitvoerbaar bij voorraad. De man stelde hoger beroep in tegen de alimentatievaststelling, de vrouw incidenteel hoger beroep. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank.

Tegen deze beschikking stelde de man beroep in cassatie in, de vrouw incidenteel cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de middelen in beide beroepen beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Er is geen aanleiding tot nadere motivering omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de alimentatievaststelling en het hofarrest. De beschikking is in het openbaar uitgesproken door de vice-president op 8 juli 2005.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest betreffende de alimentatievaststelling wordt bekrachtigd.

Uitspraak

8 juli 2005
Eerste Kamer
Rek.nr. R04/078HR
JMH/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats], België,
VERZOEKER tot cassatie,
incidenteel verweerder,
advocaat: mr. M.N.G.N.H. Brech,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats], België,
VERWEERSTER in cassatie,
incidenteel verzoekster,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 19 november 2002 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en verzocht echtscheiding tussen haar en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - uit te spreken met als nevenvoorziening de vaststelling van een uitkering tot levensonderhoud voor de vrouw ten laste van de man op € 600,-- per maand, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De man heeft het alimentatieverzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 16 mei 2003 echtscheiding tussen partijen uitgesproken en de alimentatie voor de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand vastgesteld op € 345,-- per maand en deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Tegen deze beschikking heeft man, wat de vaststelling van de alimentatie voor de vrouw betreft, bij het gerechtshof te 's-Gravenhage hoger beroep ingesteld. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij beschikking van 31 maart 2004 heeft het hof in het principale en het incidentele hoger beroep de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De vrouw heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift houdende het incidentele beroep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt zowel in het principale als in het incidentele beroep tot verwerping daarvan.
3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad,
in het principale beroep en in het incidentele beroep,
verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 8 juli 2005.