ECLI:NL:HR:2005:AT4434
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering aan Italië wegens drugssmokkel beperkt tot specifieke feiten
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die de uitlevering van een persoon aan Italië toelaatbaar verklaarde wegens betrokkenheid bij drugssmokkel. Het verzoek tot uitlevering omvatte meerdere feiten, maar de rechtbank vermeldde niet voldoende concreet voor welke feiten uitlevering werd toegestaan, wat in strijd was met art. 28, derde lid, van de Uitleveringswet.
De Hoge Raad herstelt dit verzuim door de uitlevering slechts toelaatbaar te verklaren voor de eerste twee feiten uit het Italiaanse aanhoudingsbevel, die betrekking hebben op invoer van cocaïne in aanzienlijke hoeveelheden. De overige feiten uit het bevel worden niet als toelaatbaar verklaard.
Daarnaast werd het verweer van de opgeëiste persoon dat hij als in Nederland geïntegreerde vreemdeling niet uitgeleverd mocht worden zonder terugkeergarantie, verworpen. De Hoge Raad bevestigt dat deze beslissing niet aan de uitleveringsrechter toekomt, maar aan de Minister van Justitie.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak uitsluitend vanwege de onvoldoende feitelijke omschrijving en verklaart de uitlevering toelaatbaar voor de twee specifieke feiten. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De uitlevering wordt toelaatbaar verklaard voor twee specifieke feiten; overige feiten worden niet toegelaten; beslissing over geïntegreerde vreemdeling is voor Minister van Justitie.