ECLI:NL:HR:2005:AT4038
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep in civiele verdelingszaak
In deze civiele procedure vorderde de vrouw de man te veroordelen tot medewerking aan de verdeling en verrekening van gemeenschappelijk eigendom, inclusief vergoeding van gemaakte kosten en dwangsommen wegens overtredingen. De man bestreed deze vorderingen en stelde een reconventionele vordering in tot schadevergoeding wegens ontvreemding van goederen en betaling van overgespaard geld.
De rechtbank wees de vorderingen in conventie toe en wees de reconventionele vordering af. De man stelde hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, maar het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk omdat hij geen conclusie van eis had genomen en derhalve niet van grieven had gediend.
De man stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, terwijl de vrouw incidenteel cassatieberoep instelde. De Hoge Raad verwierp zowel het principale als het incidentele cassatieberoep, oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en compenseerde de kosten van het geding in cassatie.
De uitspraak bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep wegens het ontbreken van een conclusie van eis en benadrukt het belang van procesregels in civiele procedures. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep.