ECLI:NL:HR:2005:AT3681
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe feiten en bewijsmiddelen
De Rechtbank te Alkmaar had de aanvrager niet strafbaar verklaard voor opzettelijk brandstichten met gevaar voor goederen en levensgevaar, en hem ontslagen van alle rechtsvervolging met een verplegingseis. De aanvrager diende een verzoek tot herziening in bij de Hoge Raad, gericht op het vernietigen van het in kracht van gewijsde gegaan vonnis.
De Hoge Raad beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 457 en Pro 459 van het Wetboek van Strafvordering, waarin is bepaald dat een herzieningsverzoek moet steunen op nieuwe, feitelijke omstandigheden die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren en die het vermoeden wekken dat het vonnis anders zou zijn uitgevallen. Tevens moet het verzoek een opgave van bewijsmiddelen bevatten waaruit die omstandigheden blijken.
In dit geval stelde het verzoek geen nieuwe feiten of bewijsmiddelen voor die aan deze criteria voldeden. Daarom kon het verzoek niet worden ontvangen. De Hoge Raad verklaarde het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en handhaafde daarmee het eerdere vonnis.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten en bewijsmiddelen.