ECLI:NL:HR:2005:AT3641
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens niet tijdig indienen cassatieschriftuur in ontnemingszaak
In deze ontnemingszaak heeft het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch betrokkene veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 19.484,82 aan de Staat, waarbij het hof een eerdere beslissing van de Rechtbank te Breda vernietigde. Betrokkene stelde een middel van cassatie voor bij de Hoge Raad, ingediend door zijn raadsman.
De Hoge Raad beoordeelde echter dat het middel van cassatie niet voldeed aan de vereisten van artikel 437 Sv Pro, dat stelt dat alleen stellige en duidelijke klachten over schending van rechtsregels of vormvoorschriften in cassatie kunnen worden behandeld. Bovendien was de cassatieschriftuur niet binnen de wettelijke termijn ingediend, waardoor betrokkene niet in het beroep kon worden ontvangen.
De Hoge Raad verklaarde daarom betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. Dit arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer en uitgesproken op 4 oktober 2005.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van de cassatieschriftuur.