ECLI:NL:HR:2005:AT3418

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 april 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
40207
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.G. Pos
  • L. Monné
  • J.W. van den Berge
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17, lid 2, Wet WOZ
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over waarde woning en verwijst zaak terug

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde waarde van zijn woning aan de A-straat 1 te Zoetermeer voor de periode 2001-2004, vastgesteld op ƒ 904.000 (€ 410.217). Na handhaving van deze beschikkingen door het hoofd van de afdeling Belastingen en een ongegrond verklaard beroep bij het Hof, stelde belanghebbende beroep in cassatie in.

De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het verschil in verkoopprijzen van vergelijkingspanden niet volledig verklaard kon worden door marktontwikkelingen tussen de peildatum en de verkoopdatum. Ook ontbrak een nadere motivering waarom de door de Inspecteur overgelegde gegevens voldoende waren om de waarde in het economische verkeer te onderbouwen.

Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens werd de gemeente Zoetermeer verplicht het griffierecht van belanghebbende te vergoeden. De Hoge Raad liet de proceskostenveroordeling aan het verwijzingshof over.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het hofarrest vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam.

Uitspraak

Nr. 40.207
1 april 2005
wv
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 12 september 2003, nr. BK-02/02745, betreffende na te melden beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
1. Beschikkingen, bezwaar en geding voor het Hof
Ten aanzien van belanghebbende is bij in één geschrift vervatte beschikkingen de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Z voor het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 vastgesteld op ƒ 904.000 (€ 410.217).
Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft het hoofd van de afdeling Belastingen van de gemeente Zoetermeer bij uitspraak de beschikkingen gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij enkele klachten aangevoerd.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer (hierna: B en W) heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
B en W hebben een conclusie van dupliek ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
Belanghebbende heeft voor het Hof gesteld dat het verschil tussen de verkoopprijzen van de vergelijkingspanden a-straat 2 en 3, gerealiseerd in respectievelijk september en april 2000, en de kort voor 1 januari 1999 (de peildatum) overeengekomen koop/aanneemsom voor belanghebbendes woning volledig wordt verklaard door de marktontwikkeling in die periode. Uit 's Hofs uitspraak blijkt niet dat het die stelling heeft onderzocht en verworpen, zodat in cassatie veronderstellenderwijs van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan. Tegen die achtergrond behoefde 's hofs oordeel dat de Inspecteur met de door hem overgelegde gegevens en de daarop gegeven toelichting aannemelijk heeft gemaakt dat de prijs die belanghebbende voor de woning heeft betaald, niet overeenkomt met de waarde in het economische verkeer, nadere motivering, welke evenwel ontbreekt. Klacht 1 slaagt in zoverre. Hetzelfde geldt voor 's Hofs oordeel dat de verkoopprijzen van die vergelijkingsobjecten, hoewel niet op of rond de waardepeildatum gerealiseerd, in voldoende mate de aannemelijkheid van de door de ambtenaar verdedigde waarde ondersteunen. Klacht 5 slaagt in zoverre eveneens. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen. De klachten behoeven voor het overige geen behandeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Door het verwijzingshof zal worden beoordeeld of aan belanghebbende voor de kosten van het geding voor het Hof een vergoeding dient te worden toegekend.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof,
verwijst het geding naar het Gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest, en
gelast dat de gemeente Zoetermeer aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 87.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.G. Pos als voorzitter, en de raadsheren L. Monné en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2005.