ECLI:NL:HR:2005:AT3273
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens bekendheid verdachte omstandigheden bij veroordeling
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de aanvrager werd veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk gebruik van een vervalste betaalpas en valsheid in geschrift. De aanvrager stelde dat een proces-verbaal van de politie, waarin hij werd aangehouden wegens een vermoedelijke overtreding van artikel 326 Sr Pro, niet bekend was bij het hof en dat dit, indien wel bekend, tot een andere uitkomst had geleid.
De Hoge Raad overwoog dat de aangevoerde nieuwe omstandigheden niet nieuw waren, aangezien een ander proces-verbaal met dezelfde inhoud reeds in het dossier aanwezig was. Hierdoor was de verdenking van overtreding van artikel 326 Sr Pro bij de rechter bekend. De aanvrage tot herziening was daarom kennelijk ongegrond.
De Hoge Raad besloot de herzieningsaanvraag af te wijzen en bevestigde daarmee de eerdere veroordeling. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 29 maart 2005.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt de eerdere veroordeling.