ECLI:NL:HR:2005:AT3137
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling alimentatie na echtscheiding en draagkrachtbeoordeling bij arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft de vaststelling van alimentatie na een echtscheiding tussen partijen die sinds 1971 gehuwd waren. De rechtbank had bepaald dat de man aan de vrouw een levensonderhoudsuitkering van € 304 per maand moest betalen, gebaseerd op een Ziektewetuitkering die de man ontving. De man ging in hoger beroep tegen deze beschikking.
Het hof bekrachtigde de beslissing van de rechtbank, waarbij het oordeelde dat de man in staat was een inkomen te genereren gelijk aan de hoogte van zijn eerdere Ziektewetuitkering, ondanks dat hij geen inzicht had gegeven in zijn inkomsten vanaf december 2003. Dit oordeel baseerde het hof mede op een arbeidskundig rapport en een beslissing van het UWV over de verdiencapaciteit van de man.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de aard van het begrip arbeidsongeschiktheid in de zin van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) verkeerd had geïnterpreteerd. De WAZ definieert arbeidsongeschiktheid mede als het onvermogen om met arbeid te verdienen wat gezonde personen met vergelijkbare opleiding en ervaring gewoonlijk verdienen, ongeacht of de arbeid daadwerkelijk kan worden verkregen. Het hof had ten onrechte aangenomen dat de man daadwerkelijk in staat was het inkomen te genereren dat het UWV als theoretische verdiencapaciteit had vastgesteld.
Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking van het hof en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing. De uitspraak benadrukt het belang van een juiste interpretatie van arbeidsongeschiktheid bij de beoordeling van draagkracht voor alimentatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar een ander gerechtshof.