ECLI:NL:HR:2005:AT3038

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 april 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
40565
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.E.M. van der Putt-Lauwers
  • F.W.G.M. van Brunschot
  • C.B. Bavinck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt activatie declarabele vorderingen in vennootschapsbelasting

Belanghebbende, een vennootschap, kreeg voor het jaar 1999 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd met een belastbaar bedrag van ƒ 3.375.090. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Arnhem, dat het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie behandeld en beoordeeld of de door belanghebbende verrichte declarabele vorderingen, zowel uit ambtelijke als niet-ambtelijke werkzaamheden, terecht geactiveerd zijn voor de winstbepaling. Het Hof oordeelde dat deze vorderingen inderdaad geactiveerd moeten worden. De Hoge Raad vond geen onjuiste rechtsopvatting in dit oordeel en bevestigde dat waarderingen van feitelijke aard in cassatie niet kunnen worden getoetst.

De middelen van belanghebbende faalden, en de Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest werd op 1 april 2005 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof dat declarabele vorderingen geactiveerd moeten worden, wordt bevestigd.

Uitspraak

Nr. 40.565
1 april 2005
PV
gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 28 oktober 2003, nr. 02/03853, betreffende na te melden aanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1999 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 3.375.090, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
3. Beoordeling van de middelen
Het Hof heeft geoordeeld dat in het onderhavige jaar zowel ter zake van de door belanghebbende verrichte ambtelijke werkzaamheden als ter zake van de door belanghebbende verrichte niet-ambtelijke werkzaamheden declarabele vorderingen zijn ontstaan, welke vorderingen ter bepaling van de winst dienen te worden geactiveerd. Deze oordelen worden in cassatie vergeefs bestreden, aangezien zij geen blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting en, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, in cassatie voor het overige niet op hun juistheid kunnen worden getoetst. De middelen falen derhalve.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2005.