ECLI:NL:HR:2005:AT2708
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens grondslagverlating bij besturen zonder geldig rijbewijs
De zaak betreft een verdachte die op 1 april 2003 in Veenendaal een personenauto bestuurde terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd en niet was teruggegeven. De tenlastelegging was gebaseerd op artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994, in verbinding met artikel 164 van Pro die wet.
Het hof verklaarde de verdachte schuldig, maar kwalificeerde het feit als overtreding van artikel 9, vierde lid, WVW 1994, waarbij het de grondslag van de tenlastelegging wijzigde door de verwijzing naar artikel 164 weg Pro te laten. Dit wordt aangeduid als grondslagverlating.
De Hoge Raad oordeelt dat de wetgever twee onderscheiden strafbaarstellingen heeft voorzien afhankelijk van de grondslag van de invordering van het rijbewijs, welke als bestanddeel van de delictsomschrijving moeten worden opgenomen. Door deze grondslag weg te laten, heeft het hof de tenlastelegging verlaten.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het betreft de bewezenverklaring en strafoplegging omtrent dit feit en de beslissing op de tenuitvoerlegging. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting en beslissing over het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens grondslagverlating en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.