ECLI:NL:HR:2005:AT2612
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie tegen afwijzing vordering verzekeringsuitkering
Eiseres, woonachtig in Frankrijk, vorderde van drie verzekeraars een bedrag van ƒ 776.666,-- plus wettelijke rente. De rechtbank wees deze vordering af bij vonnis van 6 februari 2002. Eiseres stelde hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank bij arrest van 16 oktober 2003 bekrachtigde, zowel in het principaal als in het voorwaardelijk incidenteel beroep van de verzekeraars.
Daarop stelde eiseres beroep in cassatie bij de Hoge Raad. De verzekeraars verzochten tot verwerping van het beroep. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiseres in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 5.740,34 aan verschotten en € 2.200,-- aan salaris. Het arrest werd op 24 juni 2005 in het openbaar uitgesproken door de vice-president.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.