ECLI:NL:HR:2005:AT1744
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking voorlopige machtiging psychiatrisch verblijf wegens ontoereikende motivering
De officier van justitie verzocht de rechtbank Assen om een nieuwe voorwaardelijke machtiging voor verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van een jaar, met een subsidiair verzoek tot machtiging tot voortgezet verblijf. De rechtbank wees het primaire verzoek af en verleende vervolgens een voorlopige machtiging voor zes maanden, hoewel het verzoekschrift geen expliciet verzoek tot voorlopige machtiging bevatte.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank haar bevoegdheid tot het verlenen van een voorlopige machtiging niet juist had toegepast. Volgens artikel 8a Wet Bopz kan de rechtbank alleen een andere maatregel dan verzocht voorstellen aan de officier van justitie, die dan het verzoek kan aanpassen. De rechtbank had de officier van justitie eerst in de gelegenheid moeten stellen het verzoek te wijzigen alvorens een voorlopige machtiging te verlenen.
Daarnaast was de geneeskundige verklaring die was overgelegd niet toereikend voor het verlenen van een voorlopige machtiging. De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van 17 januari 2005 en verwees de zaak terug naar de rechtbank Assen voor verdere behandeling en beslissing in overeenstemming met de wettelijke vereisten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor nieuwe behandeling.