ECLI:NL:HR:2005:AT1742
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens verstreken voorwaardelijke machtiging in psychiatrische zaak
De zaak betreft een verzoek tot cassatie tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam die een voorwaardelijke machtiging verleende aan verzoekster, die lijdt aan paranoïde schizofrenie en een chronische psychose. De rechtbank had vastgesteld dat zonder machtiging verzoekster geen medicatie zou nemen en een terugval zou optreden, waardoor gevaar voor zichzelf en anderen ontstaat. De voorwaardelijke machtiging werd verleend onder voorwaarden van periodieke controle en medicatie.
Verzoekster had verklaard geen machtiging te willen en de medicatie te zullen staken, maar de rechtbank oordeelde dat er toch instemming was omdat zij zich naar verwachting aan de voorwaarden zou houden. De Hoge Raad stelt dat dit oordeel onjuist is omdat de wet vereist dat de betrokkene uitdrukkelijk instemt met het behandelingsplan en bereid is de voorwaarden na te leven.
De Hoge Raad verklaart verzoekster niet-ontvankelijk omdat de geldigheidsduur van de machtiging was verstreken en zij geen belang meer heeft bij het beroep. Tevens benadrukt de Hoge Raad dat vertrouwen in naleving niet gelijkstaat aan instemming en bereidverklaring zoals wettelijk vereist.
De uitspraak verduidelijkt de strikte voorwaarden voor het verlenen van een voorwaardelijke machtiging onder de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en bevestigt dat instemming van de betrokkene essentieel is.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens het verlopen van de voorwaardelijke machtiging.