ECLI:NL:HR:2005:AS8855
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onbegrijpelijke afwijzing verzoek aanhouding verdachte
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot doodslag, maar zonder strafoplegging. Tijdens de behandeling in hoger beroep verzocht de raadsman van verdachte om aanhouding van de zaak vanwege de ernstige alcoholverslaving van verdachte en haar behandeling in een kliniek in Zwitserland, waardoor zij niet in staat was de zitting bij te wonen.
Het hof wees dit verzoek af met de motivering dat het verzoek onvoldoende was gemotiveerd en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om de zaak aan te houden. De raadsman had echter medische verklaringen overgelegd waaruit bleek dat verdachte wel degelijk niet kon verschijnen, maar in de nabije toekomst verwacht werd wel aanwezig te kunnen zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is omdat het verzoek tot aanhouding onvoldoende werd gemotiveerd terwijl de medische stukken en de wens van verdachte om aanwezig te zijn dit rechtvaardigden. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.