ECLI:NL:HR:2005:AS8645
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen aanslag successierecht nalatenschap
Belanghebbende werd geconfronteerd met een aanslag in het recht van successie naar aanleiding van de verkrijging uit de nalatenschap van A, overleden op 30 oktober 2000. De aanslag bedroeg ƒ 695.828. Na bezwaar werd deze aanslag gehandhaafd door de Inspecteur. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het beroep ongegrond verklaarde.
Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, waarbij meerdere klachten werden aangevoerd tegen het arrest van het hof. De Staatssecretaris diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet vereist was, omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
De Hoge Raad wees het beroep af en verklaarde het ongegrond. Tevens werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2005.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bekrachtigd.