ECLI:NL:HR:2005:AS8457

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C04/081HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevordering tegen MET Holding en IBIM

Eiseres heeft MET Holding en IBIM aansprakelijk gesteld voor schadevergoeding en buitengerechtelijke kosten, alsmede toekomstige schade. De rechtbank Alkmaar wees de vorderingen in conventie af en kende in reconventie een vordering van MET Holding en IBIM toe. Eiseres ging in hoger beroep bij het hof Amsterdam, dat het vonnis bevestigde.

Daarop stelde eiseres beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. MET Holding en IBIM verschenen niet in cassatie, waarna verstek tegen hen werd verleend. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt verworpen en eiseres wordt in de kosten van het cassatiegeding veroordeeld, die nihil worden begroot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam bevestigd.

Uitspraak

10 juni 2005
Eerste Kamer
Nr. C04/081HR
JMH/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. G.C.W. van der Feltz,
t e g e n
1. [Verweerster 1], voorheen MET Holding B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. IBIM B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
VERWEERSTERS in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 5 september 2000 verweersters in cassatie - verder afzonderlijk te noemen: MET en IBIM - gedagvaard voor de rechtbank te Alkmaar en na wijziging van eis bij conclusie van repliek gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. te verklaren voor recht dat MET en IBIM hoofdelijk, dan wel ieder afzonderlijk, aansprakelijk zijn jegens [eiseres] voor de gestelde schade;
2. MET en IBIM - des de één betalend, de ander zal zijn bevrijd - hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van:
a. € 499.730,45 aan schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment dat elke afzonderlijke schade is ontstaan,
b. € 23.000,-- aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan algehele voldoening,
c. een bedrag nader op te maken bij staat aan toekomstige schade, in de vorm van aanspraken van kopers van de woningen ter plaatse van het gesaneerde terrein.
MET en IBIM hebben de vorderingen bestreden en in reconventie gevorderd [eiseres] te veroordelen om aan IBIM tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen een bedrag van ƒ 55.499,93, te vermeerderen met de wettelijke rente.
[Eiseres] heeft de vordering in reconventie bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 18 april 2002 in conventie de vorderingen afgewezen en in reconventie de vordering toegewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 27 november 2003 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen MET en IBIM is verstek verleend.
[Eiseres] heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van MET en IBIM begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 10 juni 2005.